Tips voor gemeenten

Misschien ben je enthousiast aan je baan begonnen. Archeologie, dat leek je wel leuk. Best fascinerend al die oude spullen en verhalen over vroeger. En jij mocht daar min of meer de verantwoordelijkheid over hebben binnen jouw gemeente. Maar gaandeweg merkte je dat het helemaal niet leuk is. Het bleek niet echt jouw verantwoordelijkheid te zijn. Altijd gezeik van je afdelingsleider, van je wethouder en van de projectontwikkelaars. Waarom is al die archeologische onzin nodig en waarom moet het allemaal zo duur? De talloze keren dat jij archeologisch onderzoek adviseerde, maar je collega’s van ruimtelijke ordening het graafwerk al hadden laten uitvoeren of de projectontwikkelaar al toestemming gegeven hadden om te bouwen. De keren dat er een mooie opgraving was met unieke vondsten, maar jij van je wethouder moest ondertekenen dat dat allemaal weggegooid moest worden omdat het te duur was. Elke keer dat jij iets moois wilde doen voor de archeologie binnen je gemeente, en je nul op rekest kreeg van je meerderen en van B&W. Misschien liep je baan zelfs gevaar omdat je altijd zo lastig deed. Nu heb je niet meer de energie om tegen de bierkaai te vechten en kies je voor de makkelijkste weg.

Misschien heb je eigenlijk niets met archeologie. Jij wilt naar de toekomst kijken en niet naar het verleden. Jij bent in je werk goed bezig om de toekomst van je gemeente vorm te geven. Je draagt bij aan nieuwe bouwontwikkelingen binnen de gemeente. Maar er komen steeds meer taken op je bord te liggen. Het Rijk schuift steeds meer af naar de gemeenten en bovendien moet er bezuinigd worden. Nu heb je dus ook de archeologie op je bordje gekregen. Je hebt er geen zin in, maar je hebt geen enkele keus. Tot overmaat van ramp is er net een gemeentelijke herindeling geweest zodat je ook nog eens de archeologie van een hele rits nieuwe dorpen erbij moet nemen. Je staat vlak voor een burnout.

Om je te helpen volgen hier een aantal tips die jouw leven een stuk makkelijker maken en die je afdelingsleider en je wethouder gelukkig maken.

Tip 1
Het eerste wat je moet doen, als je een bouwaanvraag moet beoordelen, is inventariseren hoe het project binnen de gemeente ligt. Is het een project van de gemeente zelf of een voor de gemeente belangrijk project of een project van een voor de gemeente belangrijke ondernemer, of van een bevriende relatie van de wethouder? Laten we dit categorie A noemen. Is het een voor de gemeente onbelangrijk project van een particulier of van een andere voor de gemeente onbelangrijke partij (categorie B)? Of is het een project van een vervelende partij met wie de gemeente nog een appeltje te schillen heeft (categorie C)? Je moet inschatten hoe je meerderen zouden willen dat je het project behandelt. Vraag het desnoods even na bij je afdelingsleider of bij je wethouder. Dan kun je beslissen hoe je het project aanpakt. Bij categorie A geef je de bouwlocatie vrij of je laat hoogstens voor de vorm een klein onderzoekje uitvoeren. Bij categorie B pak je het aan op een manier die alle lof zou krijgen van een fanatieke archeoloog. Hiermee kun je een goede reputatie opbouwen naar de archeologische wereld toe, waarmee je je creativiteit bij de A-projecten kunt versluieren. Bij categorie C kun je je eisen voor de archeologie zelfs nog opschroeven. Hierin bestaat vrijwel geen plafond. Aangezien jij bevoegd gezag bent, kan niemand hier iets tegen doen.

Tip 2
De makkelijkste gereedschappen om de archeologie bij categorie A projecten weg te toveren zijn de archeologische beleidskaart, eventueel in combinatie met de erfgoedverordening, en de gemeentelijke onderzoeksagenda. Op basis hiervan kun je in veel gevallen binnen tien minuten het hele archeologische traject van tafel vegen. Je moet dan wel zorgen dat ze goed geformuleerd zijn. Een archeologische verwachtingskaart is een kaart waarin de gemeente opgedeeld is in gebieden waar archeologische vindplaatsen al bekend zijn, gebieden die een hoge, middelhoge of lage verwachting voor de aanwezigheid van archeologische waarden hebben, gebieden waarvan bekend is dat ze al helemaal vergraven zijn en gebieden waarvan de archeologische waarde onbekend is. Je maakt hier een beleidskaart van door te bepalen wat er moet gebeuren als er in deze afzonderlijke gebieden gegraven gaat worden voor bijvoorbeeld een bouwproject. De verwachtingskaart bestaat meestal al en als die nog gemaakt of aangepast moet worden, dan moet je het door een bedrijf laten doen. Je kunt proberen er invloed op uit te oefenen door de definities voor de verwachtingen te minimaliseren, maar over het algemeen zul je hier weinig in kunnen bereiken. De winst kun je halen in de vertaling naar een beleidskaart. Wanneer is er archeologisch onderzoek verplicht als een bouwproject zich in een gebied met een hoge archeologische verwachting bevindt? Het gaat er dan om wat de diepte en de omvang van de geplande bodemingrepen zijn. Voor de diepte wordt over het algemeen 30cm aangehouden, wat ongeveer de dikte van de teelaarde is. Als er dieper gegraven wordt dan 30cm dan moet er archeologisch onderzoek plaatsvinden, als de omvang van de bodemingrepen tenminste boven een bepaalde ondergrens ligt. Je kunt hier ook wel een diepte van 50cm aanhouden. Daarmee vallen waarschijnlijk toch weer aardig wat projecten af voor archeologisch onderzoek. Bij de omvang van de bodemingrepen moet er een ondergrens ingesteld worden. Oorspronkelijk adviseerde het Rijk om een ondergrens van 100 m² aan te houden, maar omdat de gemeente helemaal vrij is om dit zelf te bepalen, wordt deze omvang vrijwel nooit meer gehanteerd. Het is belangrijk dat je deze ondergrens zo hoog mogelijk maakt, zodat er zoveel mogelijk projecten buiten de verplichting vallen. Je kunt zelf onderzoeken wat verstandige grenzen zijn. Laat je collega’s even inventariseren hoe groot de bouwprojecten in je gemeente gemiddeld zijn. Je moet daarbij wel onderscheid maken in gebieden in de historische binnenstad en in de buitenwijken en buitengebieden. Daarvoor worden normaal gesproken verschillende ondergrenzen gehanteerd. In de binnenstad zijn die lager dan voor het buitengebied. Aangezien de projecten in de binnenstad meestal ook kleiner zijn maakt dit niet zo veel uit. Ga met je ondergrens iets boven de gemiddelde omvang van een bouwproject zitten. Om het geloofwaardig te houden naar de archeologen toe, moet je niet onnodig hoog gaan zitten. In een historische kern zul je misschien rond de 250 m² uitkomen. Lijkt je dat te weinig, ga dan wat hoger zitten. In het buitengebied zul je waarschijnlijk een heel eind komen als je voor de gebieden met een hoge archeologische verwachting uitgaat van 5.000 m². Er zullen maar weinig projecten zijn die groter zijn. Bij de gebieden met een middelhoge verwachting kun je het filter nog grover maken. Neem bijvoorbeeld 1 ha op als ondergrens. Voor gebieden met een lage verwachting hoeft geen ondergrens bepaald te worden. Deze gebieden moet je altijd vrijgeven. Voor de gebieden met een onbekende waarde hanteer je de eisen van een middelhoge verwachting. Door het opschroeven van deze ondergrenzen voorkom je bij zeker driekwart van de projecten dat nog archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden. Ook al wijken jouw ondergrenzen wezenlijk af van die van de buurgemeenten, maak je geen zorgen. Jij bent zelf bevoegd gezag en als B&W zijn fiat geeft, is er niemand die hier aan kan tornen. Mochten er archeologen zijn die gaan zeuren, dan kun je ze gewoon naar B&W verwijzen. Jij hebt hier immers geen enkele invloed op gehad.

Tip 3
Je wordt tegenwoordig haast gedwongen door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed om een gemeentelijke onderzoeksagenda op te stellen. Er is geen enkele verplichting om dit te doen, maar in het kader van minimalisering van werk en kosten is het verstandig om dit wel te doen. Een onderzoeksagenda is in feite een selectie van thema’s die jouw gemeente belangrijk vindt voor de archeologische monumentenzorg. Voor elk thema worden onderzoeksvragen geformuleerd, waarvan de gemeente het belangrijk vindt dat ze beantwoord worden door archeologisch onderzoek. Onderzoeksvragen vormen het toverwoord in de archeologie. Ze worden niet alleen in de gemeentelijke onderzoeksagenda gesteld maar ook in de nationale onderzoeksagenda en vooral ook in de Programma’s van Eisen (PvE) die voor elke opgraving geschreven moeten worden. Op basis van onderzoeksvragen kun je op legitieme en beargumenteerde wijze de archeologie van een gebied helemaal van tafel vegen of andersom, kun je bij wijze van spreken een wetenschappelijk proefschrift eisen bij een onderzoek waar niets gevonden is. Je kunt er alle kanten mee op. Na de ondergrenzen van je beleidskaart, is dit de tool waarmee je het meest creatief kunt zijn. Zoek je thema’s zorgvuldig uit. Selecteer de thema’s of de archeologische perioden waarover in jouw gemeente nog heel weinig bekend is. Dat zal iedereen heel logisch vinden. Waarschijnlijk is er zo weinig bekend omdat er in deze perioden nooit iemand gewoond heeft op het grondgebied van jouw gemeente. Je zult dus nooit vindplaatsen uit deze perioden tegenkomen. De perioden waarvan er wel al veel gevonden is binnen jouw gemeente, moet je ook opnemen in je onderzoeksagenda. Je moet dan expliciet beargumenteren dat er al zoveel over deze perioden bekend is, dat nader onderzoek alleen in uitzonderingsgevallen noodzakelijk is. En je kiest dan een paar thema’s en onderzoeksvragen die vrijwel nooit gevonden worden. Focus bijvoorbeeld op aristocratische thema’s of op religie. Als je een historische stadskern hebt, laat dan alle burgerlijke bewoning en alle infrastructuur links liggen en stel alleen onderzoeksvragen over openbare gebouwen van bijvoorbeeld vóór de 17e eeuw. Je kunt je ambitieuze wethouder heel gelukkig maken door hier je creativiteit te tonen. Het mooie is dat je altijd complimenten zult krijgen over je onderzoeksagenda, ongeacht wat je erin schrijft. Er zullen weinig mensen zijn die het echt gaan lezen. Voordeel is ook dat je op legitieme wijze amateurarcheologen of lokale pers kunt afwimpelen als ze klagen dat er in een bouwput archeologische resten gevonden zijn, waar niets mee gedaan wordt. Die resten vallen immers buiten de gemeentelijke onderzoeksagenda en zijn dus helemaal niet belangrijk.

Tip 4
Soms kom je er niet onderuit om ook bij categorie A projecten een archeologisch onderzoekje te laten uitvoeren. Soms zal de wethouder juist aandringen op onderzoek om daar goede sier mee te maken. Je bent dan wel in de aap gelogeerd als blijkt dat het onderzoek veel duurder wordt dan verwacht. Er was wel iets leuks verwacht maar iets dat zo bijzonder bleek te zijn, dat was een onaangename verrassing. Maar daar valt ook wel een mouw aan te passen. Jij bent bevoegd gezag en jij kunt beslissen wat je wilt. Maak samen met je meerdere een afweging tussen de economische en de archeologische belangen. Een beetje blabla en de conclusie is dat de archeologische belangen niet opwegen tegen de economische belangen. Jij hebt je papierwerk netjes gedaan en alles wat teveel kost kun je nu weg laten graven. Sjieker is het natuurlijk als je het veldwerk nog wel af laat maken. Dan kun je die afweging daarna maken. Het is gunstig dat het opgravingsbedrijf wettelijk verplicht is om de rapportage af te maken. Dus ook al zeg jij als bevoegd gezag dat rapportage overbodig is (doe dit door middel van een wijziging van het PvE of als officieel selectiebesluit), het opgravingsbedrijf zal op eigen kosten het onderzoek moeten afronden omdat het anders zijn opgravingscertificaat verliest. En je kunt het opgravingsbedrijf gewoon de schuld geven. Zij hadden een verkeerde offerte gegeven of zij hadden te laat gewaarschuwd of wat dan ook. Als ze vervelend gaan doen, kun je ze er subtiel op wijzen dat het moeilijk wordt om ooit nog werk in jouw gemeente te krijgen als ze zo door blijven gaan. Op die manier heb je zowel je wethouder als de archeologie gediend.

Tip 5
Het gebeurt nog wel eens dat projectontwikkelaars zelf ook creatief bezig zijn. Dan kun je er bijvoorbeeld mee geconfronteerd worden dat de graafwerkzaamheden al uitgevoerd zijn voordat er een archeoloog ter plekke was. De archeoloog zal dan op hoge poten bij jou aankomen. Je kunt dan wel heisa gaan maken tegen de projectontwikkelaar, maar dat kost je alleen maar een hoop stress en ellende. En de schade is er toch al, daar kan niets meer aan gedaan worden. Dus zeg tegen de projectontwikkelaar dat hij dat de volgende keer niet meer moet doen en zeg tegen het opgravingsbedrijf dat ze beter in de gaten moeten houden wat hun opdrachtgever doet. Het is immers hun verantwoordelijkheid dat de archeologie nu vernield is. Ergens is het ook wel relaxed. Weer wat minder rapporten om te beoordelen.

Tip 6
Projectontwikkelaars willen ook nog wel eens creatief zijn door het opgravingsbedrijf niet te betalen voor de uitwerking van de opgraving. Het opgravingsbedrijf zal jou dan mogelijk gaan vragen om handhavend op te treden, ofwel in het kader van de erfgoedwet ofwel in het kader van de Wabo. Dan moet je een keuze maken. Kies je de kant van de projectontwikkelaar of van het opgravingsbedrijf? Die keuze is over het algemeen niet moeilijk. Je gemeente heeft bijna altijd meer aan de projectontwikkelaar dan aan het opgravingsbedrijf. De een kom je ook geregeld tegen in je gemeente en de ander zit ver weg. Het opgravingsbedrijf kun je ook veel makkelijker onder de duim houden door subtiel door te laten schemeren dat vervelend doen niet goed is voor zijn toekomstperspectieven in de gemeente. Kies dus voor de projectontwikkelaar en ga nooit handhaven. Dit soort gevallen hebben sowieso nooit prioriteit bij het gemeentelijke handhavingsbeleid, dus je kunt het nog gemotiveerd afwijzen ook. Zeg tegen het opgravingsbedrijf dat het jouw probleem niet is en dat hij het zelf maar moet uitzoeken met zijn opdrachtgever. Mocht het opgravingsbedrijf vervelend blijven doen, schrijf dan een verklaring dat je als bevoegd gezag tevreden bent met het evaluatierapport en dat een verdere uitwerking niet noodzakelijk is. En zorg ervoor dat dat bedrijf geen werk meer krijgt in jouw regio. Je wilt dat gezeur niet nog een keer hebben.

Tip 7
Zoals al eerder genoemd zijn onderzoeksvragen een toverwoord. Gebruik dit ook in de PvE’s die je moet beoordelen. Laat bij projecten van categorie B en C het PvE door de projectontwikkelaar/ particulier zelf opstellen. Ze moeten daar dan een archeologisch bedrijf voor inhuren. Bij de onderzoeksvragen kun je al naar gelang hoe streng je in het betreffende geval wilt zijn, de vragen laten bijstellen. Ofwel je eist dat de vragen een hoger wetenschappelijk inhoudelijk niveau moeten hebben, of je eist dat de vragen inhoudelijk afgezwakt worden omdat je dit niveau niet evenredig vindt aan het onderzoek. Eenzelfde beslissing moet je nemen bij het evaluatierapport dat na het veldwerk opgesteld wordt. Dit rapport bevat een onderzoeksvoorstel voor de uitwerking en rapportage. Wil je het duur maken dan vraag je om zoveel mogelijk natuurwetenschappelijk onderzoek. Wil je het goedkoop houden dan schrap je al het natuurwetenschappelijke onderzoek. Beide opties kun je beargumenteren door naar de onderzoeksvragen te verwijzen. Bij projecten van categorie A hoef je geen PvE te laten maken. Je haalt zelf een oud PvE uit de kast en past dat aan aan het actuele project. Je past de hoofdstukken over de werkwijze en de onderzoeksvragen zo aan dat er weinig kosten te verwachten zijn.

Tip 8
Dit is een tip waarmee je goede sier kunt maken en tegelijkertijd mensen die vaak lastig zijn, namelijk amateurarcheologen, tevreden kunt houden. Geef de bouwput in principe vrij, maar stel wel verplicht dat amateurarcheologen de graafwerkzaamheden mogen begeleiden. De amateurs zullen er blij mee zijn en zich serieus genomen voelen. In de praktijk heeft de projectontwikkelaar dan geen kosten, want de amateurs doen het voor niets. Veel vertraging zal het ook niet opleveren, want ze mogen de werkzaamheden wel begeleiden maar ze mogen natuurlijk geen aanwijzingen geven. Ze moeten hun werk maar doen in de pauzes of na werktijd of in een deel van de bouwput waar toevallig niet gewerkt wordt. Licht de lokale pers in en je krijgt er ook nog positieve reclame mee.

Tip 9
Deze tip, die je goede diensten kan bewijzen, werkt goed bij verschillende regionale archeologische diensten. Zij doen het over het algemeen om extra geld te verdienen en hun markt af te schermen, maar jij kunt het gebruiken om je categorie A projecten goedkoop te houden maar tegelijkertijd naar buiten toe goede sier te maken. Verzin je eigen onderzoeksmethode en geef die een mooie naam. Er is in de regelgeving weliswaar maar een beperkt aantal onderzoeksmethoden vastgelegd, maar vergeet niet, jij bent bevoegd gezag en jij hoeft je dus niet aan die regels te houden. Dus maak bijvoorbeeld een quickscan voor een bouwproject en trek de conclusie dat archeologisch onderzoek niet nodig is. Je hoeft dat niet uit te besteden. Je kunt het gewoon zelf doen. Je hebt daar geen archeologische kennis voor nodig. Je kijkt op een paar kaartjes, die je voor jouw gemeente toch al paraat hebt en je schrijft daar een paar regels over en voegt de uitsnedes van de kaarten erbij. Bij categorie B en C projecten kun je uiteraard op basis van dezelfde gegevens tegenovergestelde conclusies trekken. Aangezien je zelf degene bent die de quickscan controleert, kan het nooit fout gaan. Je kunt deze quickscan gratis aanbieden, zodat enerzijds niemand het kan weigeren en het anderzijds lijkt alsof jouw gemeente enorm sociaal en erfgoedvriendelijk bezig is. Als er op de bouwlocatie al een archeologische vindplaats bekend is, dan werkt dit helaas niet, maar daar hebben we goede alternatieven voor. Kies bijvoorbeeld voor de archeologische inspectie. Klinkt hartstikke goed en betrouwbaar. Je geeft toestemming om de bouwput helemaal uit te graven, maar je verplicht wel dat na het uitgraven een archeoloog langskomt om te controleren wat de archeologische situatie is. Het maakt niet uit wat er aan archeologie zat, de kosten voor de projectontwikkelaar blijven beperkt tot één dag voor een archeoloog. Een nog beter alternatief is de passieve archeologische begeleiding. Bij deze onderzoeksmethode hoeft er geen archeoloog bij de graafwerkzaamheden van het bouwbedrijf aanwezig te zijn. Als het bouwbedrijf archeologische resten tegenkomt, dan moeten ze de archeologen waarschuwen. Je kunt er zeker van zijn dat dit heel goedkoop zal uitvallen voor de projectontwikkelaar. En wees creatief, verzin zelf ook eens een nieuwe onderzoeksmethode met een mooie naam.

Tip 10
Als je een evaluatierapport gekregen hebt van een opgravingsbedrijf voor een categorie A project, overleg dan met de projectontwikkelaar of hij problemen heeft met het onderzoeksvoorstel. Je kunt dan direct die zaken aanpassen waar hij problemen mee heeft, zodat jij daar niet veel energie in hoeft te stoppen. Dan kun je ook nooit te veel of te weinig aanpassen en heb je altijd een tevreden projectontwikkelaar.

Tip 11
Schakel bij een categorie C project niet alleen voor het PvE, maar ook voor de beoordeling van het evaluatierapport en eindrapport een externe archeoloog in. Jij hebt immers niet de kennis om die rapporten te fileren. Zo weet je dat je goede archeologische kwaliteit krijgt, waarmee je als gemeente goede sier kunt maken.

Tip 12
Je wilt zo weinig mogelijk gezeur aan je hoofd hebben. Zorg er daarom voor dat je zo min mogelijk pottenkijkers hebt. Elke gemeente heeft wel een paar archeologiefans die lastige vragen stellen als ze in een bouwput iets van archeologie aantreffen. Die schakelen dan vaak weer de lokale pers in. Als je weet dat een bouwproject gevoelig kan liggen vanwege de archeologie, vestig hier dan geen aandacht op en probeer er voor te zorgen dat die mensen niet in de buurt van de bouwput komen. Mochten er toch klachten komen, verwijs ze maar naar de wethouder, die geeft er wel een draai aan.

Tip 13
Mogelijk is er in jouw regio een omgevingsdienst actief op archeologisch gebied. Zij kunnen je inhoudelijk archeologisch advies geven. Je kunt ze inschakelen bij projecten van de categorie B en C. Je bent niet verplicht om ze in te schakelen. Er hangt een aardig prijskaartje aan, dus als geld een probleem is, laat ze dan links liggen. Vaak kun je ook beter een bedrijf inschakelen voor deskundig advies dan de omgevingsdienst. Die laatste heeft er namelijk een handje van om meteen je hele toko over te nemen. Het risico is groot dat ze je de regie uit handen nemen. Schakel ze dus in ieder geval nooit in bij een project van de categorie A.

Tip 14
Voor je eigen bestwil, laat je in je werk niet opjagen. Doe je werk gewoon in een rustig tempo. Niemand heeft er wat aan als je gestrest raakt. In de archeologie maakt het toch niet uit. Die potjes en pannetjes hebben al zo lang onder de grond gelegen, een paar maanden meer of minder maakt echt niet uit. En in de archeologische wereld bestaat er toch niet zo iets als wettelijke termijnen. Tenminste, je hoeft je er in ieder geval niet aan te houden. Geen reden dus om je druk te maken en je opgejaagd te voelen. Easy does it.

Tip 15
Zorg dat er hoge leges geheven wordt voor elke beoordeling die je als bevoegd gezag over de archeologie van een project uitvoert. Extra inkomsten, daar maak je je wethouder vast wel blij mee. Tip hem dus dat hij in de legesverordening moet laten opnemen dat er voor zo veel mogelijk archeologische beoordelingsmomenten leges geheven wordt. Dit kunnen rustig serieuze bedragen zijn. Het maakt niet uit dat de beoordeling van het PvE duurder is dan het opstellen ervan. Dat gebeurt wel vaker en bovendien kan de vergunningaanvrager er toch niets aan veranderen. Dit is natuurlijk niet goed voor de categorie A projecten. Maar die leges hoeft bij hen niet per se in rekening gebracht te worden. Je kunt altijd zeggen dat de beoordelingen bij die projecten niet of nauwelijks nodig waren.

Tip 16
Je hoeft niet bang te zijn dat je op de vingers getikt wordt voor je creatieve manier van omgaan met de archeologie. Alleen de provincie zou je eventueel kunnen controleren, maar die hebben daar enerzijds helemaal geen zin in en anderzijds kunnen ze je niets maken, want jij bent bevoegd gezag en jij beslist dus wat er gebeurt en daar kan de provincie niets aan veranderen.